- Bezwaar en beroep tegen een beslissing van de overheid
- Bezwaar
- Beroep
- Bij de gemeente Geldermalsen
Bezwaar en beroep tegen een beslissing van de overheid
Mogelijk heeft u persoonlijk te maken gekregen met een beslissing van een bestuursorgaan. Een bestuursorgaan is een organisatie die helemaal of voor een groot deel onder de overheid valt. Voorbeelden van bestuursorganen van de rijksoverheid zijn bijvoorbeeld de minister of staatssecretaris en van een provincie bijvoorbeeld Gedeputeerde Staten. Voor een gemeente zijn dat de gemeenteraad, B&W, de burgemeester en commissies met bevoegdheden. Maar ook de stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, de Sociale Verzekeringsbank en een universiteit zijn bestuursorganen. In deze tekst wordt gesproken over 'het bestuursorgaan'. Deze regels gelden voor alle bestuursorganen. Deze tekst bestaat uit twee delen.
In het eerste deel kunt u lezen wanneer en hoe u bezwaar kunt maken tegen een beslissing van een bestuursorgaan en wat u dan van het bestuursorgaan mag verwachten. Deel twee gaat over beroep. U kunt in beroep gaan als u het niet eens bent met de beslissing op uw bezwaar. De regels voor bezwaar en beroep tegen een beslissing van een bestuursorgaan staan in de Algemene wet bestuursrecht. Deze wet is op 1 januari 1994 in werking getreden en sindsdien verschillende keren aangevuld en gewijzigd.
Bezwaar
1. Wanneer kunt u bezwaar maken?
U kunt bezwaar maken als:
- u het niet eens bent met de beslissing die het bestuursorgaan op uw eigen aanvraag heeft genomen. Bijvoorbeeld als u een vergunning hebt aangevraagd en burgemeester en wethouders hebben besloten dat u deze niet krijgt of niet helemaal zoals u hebt aangevraagd;
- u het niet eens bent met een beslissing die het bestuursorgaan heeft genomen op aanvraag van iemand anders en u hierbij rechtstreeks bent betrokken. Uw buren hebben bijvoorbeeld een bouwvergunning gekregen om een uitbouw aan hun huis te maken. U bent tegen een dergelijke verbouwing. U bent rechtstreeks betrokken, dus u kunt bezwaar maken;
- voor het bestuursorgaan een beslistermijn geldt en de beslissing op uw aanvraag niet binnen deze termijn wordt genomen;
- het bestuursorgaan weigert een beslissing te nemen;
- u rechtstreeks nadelige gevolgen hebt van een beslissing die een bestuursorgaan uit zichzelf neemt.
Het is niet mogelijk om bezwaar te maken tegen een besluit waarbij algemene regels zijn vastgesteld. Een besluit met algemene regels is bijvoorbeeld een verbod van de gemeente om op zondag te collecteren.
Voorbeeld
Mevrouw Pieterse uit Tricht heeft in de gemeentelijke informatierubriek gelezen dat burgemeester en wethouders hebben besloten om bomen te kappen in de straat waar zij woont. Zij besluit hiertegen bezwaar te maken. Hiervoor schrijft zij een bezwaarschrift naar burgemeester en wethouders, het bestuursorgaan dat de beslissing heeft genomen.
VoorbeeldMevrouw Pieterse uit Tricht heeft in de gemeentelijke informatierubriek gelezen dat burgemeester en wethouders hebben besloten om bomen te kappen in de straat waar zij woont. Zij besluit hiertegen bezwaar te maken. Hiervoor schrijft zij een bezwaarschrift naar burgemeester en wethouders, het bestuursorgaan dat de beslissing heeft genomen.
2. Hoe maakt u bezwaar? Waar en wanneer?
U moet schriftelijk bezwaar maken bij het bestuursorgaan dat de beslissing heeft genomen of had moeten nemen. Zo'n schriftelijk stuk heet 'bezwaarschrift'. U moet er voor zorgen dat uw bezwaarschrift binnen zes weken na bekendmaking van het besluit, waartegen u bezwaar wilt maken, binnen is bij het bestuursorgaan. Als uw bezwaarschrift te laat binnen komt, kan het 'niet-ontvankelijk' worden verklaard, dat wil zeggen het bestuursorgaan komt aan een inhoudelijk oordeel over uw bezwaar niet meer toe. Soms kan een te laat ingediend bezwaarschrift wél ontvankelijk worden verklaard (de termijnoverschrijding is dan 'verschoonbaar'). In enkele gevallen is de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift korter dan zes weken. Het bestuursorgaan hoort bij de beslissing te vermelden hoeveel tijd u hebt. Ontbreekt die informatie, dan is het verstandig dit snel na te vragen bij het bestuursorgaan. Hebt u bezwaar, omdat het bestuursorgaan de gevraagde beslissing niet op tijd neemt, dan geldt geen bezwaartermijn. U mag uw bezwaarschrift in dat geval niet onredelijk laat indienen. U mag bijvoorbeeld niet een jaar wachten voor u bezwaar maakt, dit is onredelijk.
3. Inhoud bezwaarschrift
In uw bezwaarschrift moet u in ieder geval melden
- uw naam en adres;
- de datum waarop u het bezwaarschrift schrijft;
- een omschrijving van de beslissing waartegen u bezwaar wilt maken en zo mogelijk, een kopie van die beslissing;
- de redenen waarom u bezwaar maakt;
- u moet het bezwaarschrift ondertekenen;
- als het bezwaarschrift in een andere taal is geschreven moet u, als daarom wordt gevraagd, voor een goede Nederlandse vertaling zorgen;
- eventueel nog andere gegevens die bij de wet verplicht zijn (bij het bestuursorgaan kunt u informeren of u nog andere gegevens moet meesturen).
Het is mogelijk dat het u niet lukt op tijd (dus binnen zes weken) aan alle vereisten te voldoen. U hebt bijvoorbeeld nog niet alle stukken of een vertaling is niet op tijd klaar. U moet dan toch en dan maar onvolledig een bezwaarschrift indienen. Want is uw bezwaarschrift niet binnen zes weken bij het bestuursorgaan, dan is uw mogelijkheid om bezwaar te maken voorbij. In het onvolledige bezwaarschrift moeten in ieder geval uw naam, uw adres, de datum en de beslissing, waartegen u bezwaar maakt, staan. Als niet alle gegevens (bijvoorbeeld de redenen waarom u bezwaar maakt) in uw bezwaarschrift staan, krijgt u altijd een bepaalde tijd om dit aan te vullen. Doet u dit niet op tijd, dan kan het bestuursorgaan het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaren. Dit betekent dat uw bezwaarschrift niet in behandeling wordt genomen. Weet u niet precies wanneer een beslissing is genomen, waarvan u nadelige gevolgen ondervindt, dan dient u zo spoedig mogelijk een bezwaarschrift in.
Tip
4. Bewijs van ontvangst
Als u een bezwaarschrift indient, krijgt u een schriftelijke ontvangstbevestiging. Ook als u het bezwaarschrift persoonlijk afgeeft.
5. Komt uw bezwaarschrift op de juiste plaats
Onder aan de beslissing staat in de meeste gevallen vermeld waar u het bezwaarschrift moet heensturen. Let hierop! Staat dit niet vermeld en weet u het daardoor niet precies dan mag u er vanuit gaan dat uw bezwaarschrift op de juiste plaats terechtkomt. Als uw bezwaarschrift bij de verkeerde instantie belandt, wordt het namelijk doorgestuurd naar de instantie die het bezwaar in behandeling moet nemen. Wordt uw bezwaarschrift doorgestuurd dan krijgt u hiervan bericht.
6. Uw mening mondeling toelichten
Het bestuursorgaan zal u en andere betrokkenen vragen uw mening toe te lichten op het bezwaar. Dit wordt 'horen' genoemd. U en de personen die bij de voorbereiding van de beslissing hun mening hebben gegeven, worden hierover ingelicht. Het bestuursorgaan hoeft u niet altijd te horen. Men is niet verplicht u te horen, als:
- het bezwaar heel duidelijk 'niet-ontvankelijk' is, dit betekent dat:
- u zonder rechtsgeldige reden de termijn hebt overschreden voor het maken van bezwaar (zes weken) of
- het bestuursorgaan denkt dat het besluit u niet of niet rechtstreeks raakt of
- u niet de wettelijk verplichte gegevens hebt gegeven en u niet of niet tijdig hebt gereageerd op het verzoek van het bestuursorgaan om de gegevens alsnog te overleggen;
- het bezwaar 'kennelijk ongegrond' is, dat wil zeggen dat er volgens het bestuursorgaan geen enkele goede reden bestaat voor het bezwaar;
- u en eventuele andere betrokkenen hebben aangegeven dat ze niet gehoord willen worden;
- aan het bezwaar helemaal tegemoet gekomen wordt zonder dat anderen daarvan nadeel ondervinden.
U kunt in het algemeen tot tien dagen voor het horen gegevens of bewijsstukken bij het bestuursorgaan afgeven of er naar opsturen. De stukken die betrekking hebben op de zaak en het bezwaarschrift kunt u in het algemeen een week lang inzien. Meestal liggen de stukken ter inzage bij het bestuursorgaan. Alle betrokkenen kunnen kopieën krijgen (de kosten hiervan zult u meestal moeten betalen). U kunt op die manier op het horen voorbereiden. U wordt gehoord in bijzijn van de andere betrokkenen. Als u een goede reden hebt kunt u ook vragen om afzonderlijk te worden gehoord. Het bestuursorgaan beslist hierover. De andere betrokkenen worden dan naderhand wel ingelicht over wat is besproken. Van het horen wordt ook een verslag gemaakt. Als er na het horen nog nieuwe gegevens binnenkomen bij het bestuursorgaan, dan krijgt u daarvan bericht. U kunt over deze nieuwe gegevens ook weer uw mening geven.
Tip
7. Intrekken van bezwaar
Bent u van gedachten veranderd en wilt u uw bezwaar intrekken, dan moet dat schriftelijk. U kunt uw bezwaar alleen mondeling intrekken tijdens de zitting, waar u wordt gehoord.
8. Getuigen en deskundigen
U kunt getuigen of een deskundige (bijvoorbeeld uw huisarts of een architect) inschakelen bij het horen. De kosten voor de getuigen en deskundigen die u meebrengt, moet u in principe zelf betalen.
9. Iemand meenemen naar de hoorzitting
U kunt u tijdens de hoorzitting laten bijstaan. Dit betekent dat u een familielid, kennis of advocaat mag meenemen die u kan steunen. U kunt u ook laten vertegenwoordigen. Dan doet iemand anders voor u het woord. U hoeft dan zelf niet bij het horen aanwezig te zijn. Als u een kennis of familielid inschakelt om u te vertegenwoordigen dan moet u die persoon een schriftelijke volmacht meegeven. Waaruit dit blijkt en die u is ondertekend. Voor een advocaat is dit niet nodig.
10. Beslissing binnen zes weken
Het bestuursorgaan beslist in het algemeen binnen zes weken na de datum van ontvangst van het bezwaarschrift. De beslissing kan echter met vier weken worden uitgesteld. Als u het bezwaarschrift moet toelichten voor een adviescommissie dan is de beslissingstermijn tien weken. Deze termijn kan ook met vier weken worden verlengd. Als het langer dan zes/tien weken duurt voordat men een beslissing op uw bezwaarschrift neemt, krijgt u daarover bericht. Hebt u na zes/tien weken nog geen bericht dan kunt u in beroep gaan tegen het niet op tijd nemen van een beslissing op bezwaar. Daaraan zijn wel kosten verbonden (zie hierna).
11. Voorlopige voorziening
Tijdens de bezwaarschriftenprocedure geldt de genomen beslissing. Het kan zijn dat deze beslissing intussen onherstelbare gevolgen voor u heeft. U kunt dan tijdens de bezwaarschriftenprocedure de rechter vragen om een 'voorlopige voorziening'. Dit betekent dat door de rechter een speciale regeling kan worden getroffen voor de periode dat het bezwaarschrift nog in behandeling is. Aan de procedure voor 'voorlopige voorziening' zijn kosten verbonden. Een voorlopige voorziening wordt vaak een schorsing genoemd. Meer over een voorlopige voorziening en de kosten kunt u hierna lezen in het hoofdstuk over beroep.
Voorbeeld
VoorbeeldDe provincie heeft besloten dat mijnheer Carelsen uit Gellicum zijn woonboot moet verplaatsen. Mijnheer Carelsen maakt bezwaar. De provincie wil direct met de verplaatsing beginnen, omdat de woonboot voor een bepaalde datum weg moet zijn. De heer Carelsen vraagt de rechter om een 'schorsing' van de beslissing. Hij is bang dat de woonboot wordt verplaatst, terwijl de mogelijkheid bestaat dat dit na de beslissing op het bezwaar niet nodig zal blijken.
12. Bekendmaking van de beslissing op het bezwaar
U en eventuele andere betrokkenen krijgen bericht van de beslissing die op uw bezwaar is genomen. Het bestuursorgaan geeft bij de bekendmaking de reden waarom een bepaalde beslissing is genomen. Als u het niet eens bent met die beslissing of met een gedeelte daarvan, kunt u als regel binnen zes weken daarna beroep instellen. Bij de beslissing moet vermeld staan waar u in beroep kunt gaan.
Beroep
Als u het niet eens bent met de beslissing die is genomen op het bezwaarschrift kunt u beroep instellen. Soms is er géén bezwaarschriftprocedure. Dan kunt u tegen een beslissing direct beroep instellen bij de rechter. Bij de beslissing op het bezwaar behoort te zijn vermeld of u in beroep kunt gaan, waar u dit kunt doen en binnen welke termijn. Ontbreekt deze informatie, dan is het verstandig snel hiernaar te informeren bij het bestuursorgaan dat de beslissing heeft genomen.
1. Waar stelt u beroep in
In de meeste gevallen stelt u beroep in bij de rechtbank. In een aantal gevallen moet u bij een andere instantie beroep instellen. Voor een belastingzaak moet u bijvoorbeeld naar de belastingkamer van het gerechtshof. Gaat het om een beslissing over studiefinanciering dan moet u bij het College van Beroep Studiefinanciering zijn. Voor een aantal beslissingen op economisch gebied moet u naar het College van Beroep voor het Bedrijfsleven. Soms moet u rechtstreeks naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Voorbeelden hiervan zijn sommige ruimtelijke ordeningszaken en een groot aantal milieuzaken. Wij beperken ons hierna tot de beroepsmogelijkheid voor de meest voorkomende gevallen.
2. Hoe stelt u beroep in
Voor het instellen van beroep moet u een beroepschrift indienen. Het beroepschrift is een brief waarin u uitlegt waarom u het niet eens bent met de beslissing van een bestuursorgaan. In deze brief moet u ook schrijven wat naar uw mening de beslissing van de rechter zou moeten zijn. Meestal verzoekt u de rechter de beslissing van het bestuursorgaan te vernietigen. U kunt ook schadevergoeding vragen, maar dan moet u wel kunnen aangeven dat u door de beslissing schade lijdt en hoe groot die schade is. Tevens kunt u verzoeken om vergoeding van de proceskosten. U moet uw beroepschrift, zo mogelijk in tweevoud, sturen naar de rechtbank, ter attentie van de sector Bestuursrecht. Onder aan de beslissing staat vermeld bij welke rechtbank u moet zijn.
3. Inhoud beroepschrift
In uw beroepschrift moet u in ieder geval vermelden:
- uw naam en adres;
- de datum waarop u het beroepschrift schrijft;
- de omschrijving van de beslissing op uw bezwaarschrift, met zo mogelijk 2 kopieën van de beslissing;
- de redenen waarom u beroep instelt;
- u moet het beroepschrift ondertekenen;
- u moet, als het bezwaarschrift in een andere taal is geschreven, indien daarom wordt gevraagd, voor een goede Nederlandse vertaling zorgen;
- verder moet u alle eventuele andere stukken, zoals bijvoorbeeld een brief van uw arts, in tweevoud bij uw beroepschrift voegen.
4. Binnen zes weken een beroepschrift indienen
U moet uw beroepschrift binnen zes weken na de dag van verzending van de beslissing versturen. Op de beslissing zal vaak een verzenddatum te vinden zijn. Is uw beroepschrift niet binnen zes weken daarna bij de rechtbank, dan verspeelt u in principe uw recht om beroep in te stellen. Uw beroep wordt dan, zoals dat heet, 'niet ontvankelijk' verklaard. Het is verstandig om uw beroepschrift aangetekend te versturen. U kunt dan aantonen dat u het beroepschrift op tijd hebt verzonden.
Tip
5. Voorlopige voorziening
Tijdens de beroepsprocedure geldt de genomen beslissing. Het kan zijn dat deze beslissing intussen onherstelbare gevolgen voor u heeft. Meestal kunt u dan tegelijk met uw beroepschrift of tijdens de beroepsprocedure een voorlopige voorziening vragen aan de rechter. Dit betekent dat een speciale regeling kan worden getroffen voor de periode dat uw beroepschrift nog in behandeling is. Een voorlopige voorziening moet u vragen aan de president van de rechtbank waar u in beroep gaat of bent gegaan.
6. U hebt meer tijd nodig
De termijn voor het instellen van beroep is als regel zes weken. Het verzoek om voorlopige voorziening mag u - als u tenminste op tijd beroep heeft ingesteld - wel later indienen. Het kan zijn dat u voor uw beroep denkt meer tijd nodig te hebben, bijvoorbeeld omdat u eerst advies wilt vragen. Om uw recht op beroep niet te verspelen, moet u binnen zes weken een brief sturen naar de rechtbank, waarin u meedeelt dat u beroep instelt. U schrijft waarom u het niet eens bent met de beslissing op het bezwaarschrift en waarom u meer tijd nodig hebt voor de motivering van uw beroep. Bij de brief moet u, als dat mogelijk is, een kopie meesturen van de beslissing op het bezwaarschrift.
7. Griffierecht bij beroep of voorlopige voorziening
Als u beroep instelt of een voorlopige voorziening vraagt, moet u griffierecht betalen. Vraagt u tegelijk met het instellen van uw beroep of tijdens de beroepsprocedure om een voorlopige voorziening, dan moet u twee maal griffierecht betalen. De griffier van de rechtbank stuurt u een nota en/of acceptgiro. Het bedrag moet binnen vier weken op de bank of girorekening van de griffie staan. Wacht dus niet te lang met betalen, anders wordt uw beroepschrift niet in behandeling genomen. Bij voorlopige voorzieningen moet vaak veel sneller griffierecht betaald worden. Dat is dan duidelijk in de brief van de rechtbank vermeld. Als de rechtbank u in het gelijk stelt krijgt u het griffierecht terug van het bestuursorgaan dat de beslissing heeft genomen.
Voorbeeld
Mevrouw Wolters heeft op haar bezwaarschrift van het college van burgemeester en wethouders een negatieve beslissing gekregen. Zij besluit beroep in te stellen. Dit moet binnen zes weken. Zij heeft echter meer tijd nodig om aan te geven waarop zij het niet eens met de beslissing op het bezwaar. Zij schrijft een brief aan de rechtbank ter attentie van de sector Bestuursrecht. Hierin staat waarom zij beroep wil instellen en waarom zij meer dan zes weken nodig heeft. Op deze manier komt haar recht op beroep niet in gevaar. Mevrouw Wolters zorgt er wel voor dat de griffie het griffierecht binnen vier weken heeft ontvangen.
8. Iemand machtigen of een advocaat nemen
In de beroepsprocedure bent u niet verplicht een advocaat in te schakelen. Het mag natuurlijk wel. Ook kunt u iemand machtigen om namens u beroep in te stellen. Is uw vertegenwoordiger geen advocaat, dan moet u die persoon schriftelijk machtigen en die machtiging ondertekenen. Deze machtiging moet u meesturen. De rechtbank kan, binnen bepaalde grenzen, uw wederpartij veroordelen in de door u gemaakte proceskosten, bijvoorbeeld de kosten van de rechtsbijstand. Van zo'n veroordeling zal in de regel sprake zijn als uw beroep gegrond verklaard wordt.
9. Hoe verloopt het proces
- Vooronderzoek
De rechter vraagt alle stukken op bij het bestuursorgaan dat de beslissing op uw bezwaar heeft genomen. Als de stukken binnen zijn, onderzoekt de rechter de zaak. Het is mogelijk dat hij u in deze fase oproept. De rechter kan na het vooronderzoek een beslissing 'op basis van de stukken' nemen. U krijgt hiervan bericht. De rechter kan beslissen dat een beroep 'kennelijk niet-ontvankelijk' of 'kennelijk ongegrond' is. Een beroep is onder meer 'kennelijk niet-ontvankelijk' als het te laat is ingediend of als het griffierecht niet (op tijd) is betaald. Een beroep is onder meer 'kennelijk ongegrond' als iemand klaagt over een beslissing die volgens de wet niet anders had kunnen zijn. Tenslotte kan de rechter beslissen dat de rechtbank 'kennelijk onbevoegd' is. Bijvoorbeeld als uw zaak bij de burgerlijke rechter moet worden behandeld.
Als de rechter op basis van de stukken een beslissing neemt zonder dat u daarvoor toestemming heeft verleend en u het niet eens bent met die beslissing, kunt u in verzet gaan (zie 12).
Als alle betrokken partijen wel daarvoor toestemming hebben gegeven, blijft hoger beroep mogelijk. U doet dat dan bij de door de rechtbank aangegeven instantie (zie 13). - Rechtszitting
Als de rechter de zaak niet op basis van de stukken afhandelt, dan verwijst hij uw zaak 'naar de zitting'. Dit betekent dat er een rechtszitting wordt gehouden. Uw zaak wordt dan door de rechter met u en met een vertegenwoordiger van het bestuursorgaan besproken. Deze behandeling is meestal openbaar. U krijgt hiervoor een oproep. U doet er verstandig aan om naar de zitting te komen. In bepaalde gevallen bent u dat verplicht. In uw oproep staat waar en wanneer de zitting wordt gehouden en of u verplicht bent om te komen. Ook staat in dit bericht vermeld waar en op welke dagen u de processtukken kunt inzien.
Voorbeeld
V oorbeeldDe familie Hogeboom uit Enspijk heeft beroep ingesteld tegen een beslissing op hun bezwaarschrift. De rechter heeft hen gevraagd of de beslissing kan worden genomen op basis van de stukken. De familie gaat hier niet mee akkoord, omdat zij zelf haar verhaal wil vertellen. Zij wordt uitgenodigd voor een zitting. De dochter van de familie Hogeboom zal het woord doen. Zij studeert rechten en wordt door haar ouders gemachtigd om hen te vertegenwoordigen. De familie heeft bij het beroepschrift een schriftelijke machtiging voor hun dochter meegestuurd.
10. Getuigen en deskundigen
Wilt u getuigen of deskundigen naar de zitting laten komen, dan moet u dat tenminste een week voor de zitting doorgeven aan de rechtbank en aan de andere partij.
11. Uitspraak
Na een behandeling op een zitting volgt een uitspraak. U ontvangt een kopie.
12. Verzet
Als uw zaak, zonder dat u daarin hebt toegestemd, uitsluitend schriftelijk is behandeld (zonder zitting) en u bent het niet eens met de beslissing van de rechter, kunt u in verzet gaan. U moet dan een verzetschrift indienen bij de rechtbank die de beslissing heeft genomen. U hebt hiervoor zes weken de tijd. In uw verzetschrift moet staan vermeld: uw naam, uw adres, de redenen waarom u in verzet gaat en wat volgens u de beslissing had moeten zijn. U moet het verzetschrift ondertekenen. Als het verzet slaagt, heeft u nog niet 'gewonnen'. Het betekent alleen dat uw zaak verder wordt behandeld en er in beginsel een zitting komt waar u uw verhaal kunt doen. Voor verzet is niet opnieuw griffierecht verschuldigd.
13. Hoger beroep
Bent u het niet eens met de beslissing van de rechter op beroep, dan kunt u in veel gevallen in hoger beroep gaan. Hiervoor moet u een beroepschrift schrijven. De beslissing van de rechter geeft aan bij welke hogere rechter u in hoger beroep kunt gaan. U hebt zes weken de tijd om in hoger beroep te gaan.
14. Procedure bij hoger beroep
In hoger beroep wordt uw zaak in het algemeen behandeld in een openbare zitting. U krijgt hiertoe een uitnodiging, zodat u of uw gemachtigde de zaak kan toelichten.
Ook in hoger beroep bent u niet verplicht een advocaat in de arm te nemen. U doet er wel goed aan, als u erover denkt in hoger beroep te gaan, eerst advies te vragen aan iemand die rechtsbijstand verleent. Zo iemand kan u vertellen of het in uw geval zin heeft in hoger beroep te gaan en daarbij de kansen op succes inschatten.
Voorbeeld
Mevrouw Van Veen is het niet eens met de beslissing die de rechter heeft genomen op haar beroep over een bouwvergunning. Na advies te hebben gevraagd aan een medewerker van het Bureau voor Rechtshulp besluit zij in hoger beroep te gaan. Zij gaat in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
VoorbeeldMevrouw Van Veen is het niet eens met de beslissing die de rechter heeft genomen op haar beroep over een bouwvergunning. Na advies te hebben gevraagd aan een medewerker van het Bureau voor Rechtshulp besluit zij in hoger beroep te gaan. Zij gaat in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
15. Griffierecht bij hoger beroep
Als u in hoger beroep gaat, moet u griffierecht betalen. U krijgt de nota en/of een acceptgiro toegestuurd. Wordt u in het gelijk gesteld, dan krijgt u het griffierecht terug van het bestuursorgaan dat oorspronkelijk de beslissing heeft genomen.
16. Rechtsbijstand
Bestuursrecht is niet eenvoudig. Het is daarom mogelijk dat u er zelf niet helemaal uitkomt. Voor advies en praktische hulp kunt u altijd terecht bij een Bureau voor Rechtshulp. U kunt natuurlijk ook de hulp inroepen van een advocaat. Kunt u een advocaat niet (helemaal) betalen, dan kunt u in een aantal gevallen een 'toegevoegd' advocaat krijgen. Dit betekent dat de overheid een deel van de kosten voor haar rekening neemt. U betaalt dan wel een eigen bijdrage. Hoe hoog die eigen bijdrage is, hangt af van uw inkomen en vermogen. Wilt u voor een toevoeging in aanmerking komen, dan moet u op het gemeentehuis van uw woonplaats een 'verklaring omtrent inkomen en vermogen' halen. Deze verklaring geeft u aan uw advocaat. Uw advocaat stuurt de verklaring naar de Raad voor de Rechtsbijstand. Daar gaat men na of u voor een toegevoegd advocaat in aanmerking komt. Als u geen toevoeging heeft en u wint uw zaak, bepaalt de rechter zoals gezegd vaak dat het bestuursorgaan een deel van uw kosten moet betalen.
17. Samengevat: waar kunt u na uw bezwaarschrift in beroep gaan en daarna eventueel in hoger beroep
In de meeste gevallen kunt u na de bezwaarschriftenprocedure in beroep gaan bij de sector Bestuursrecht van één van de negentien rechtbanken. Vervolgens kunt u dan in veel gevallen in hoger beroep gaan bij de Centrale Raad van Beroep of bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dit geldt niet in alle gevallen. Op een rijtje gezet:
- Andere zaken zoals milieu- en sommige ruimtelijke ordeningszaken
Beroep in eerste en enige instantie: Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (Den Haag). - Ambtenarenzaken
Beroep: sector Bestuursrecht van één van de negentien rechtbanken.
Hoger beroep: Centrale Raad van Beroep (Utrecht). - Sociale Verzekeringszaken
Beroep: Sector Bestuursrecht van één van de negentien rechtbanken.
Hoger beroep: Centrale Raad van Beroep (Utrecht). - Vreemdelingenzaken
Beroep in eerste en enige instantie: sector Bestuursrecht, bureau Vreemdelingenzaken van de rechtbank Den Haag. - Studiefinancieringzaken
Beroep in eerste en enige instantie: College van Beroep Studiefinanciering (Groningen). - Een aantal economische en landbouwzaken
Beroep in eerste en enige instantie: College van Beroep voor het Bedrijfsleven (Den Haag). - Belastingzaken
Beroep: gerechtshof (Amsterdam, Arnhem, Den Haag, Den Bosch, Leeuwarden).
Cassatie: Hoge Raad (Den Haag).
18. Arrondissementshoofdplaatsen
Nederland is verdeeld in 19 arrondissementen. Elk arrondissement heeft een hoofdplaats. In die hoofdplaatsen zijn de rechtbanken en de Bureaus voor Rechtshulp gevestigd. Dit zijn de volgende plaatsen:
- Alkmaar, Almelo, Amsterdam, Arnhem, Assen, Breda, Den Haag, Dordrecht, Groningen, Haarlem, 's-Hertogenbosch, Leeuwarden, Maastricht, Middelburg, Roermond, Rotterdam, Utrecht, Zutphen en Zwolle.
Verder is er een bijkantoor van een Bureau voor Rechtshulp gevestigd in:
- Alphen a/d Rijn, Almere-stad, Amersfoort, Apeldoorn, Appingedam, Bergen op Zoom, Delft, Deventer, Doetinchem, Drachten, Eindhoven, Emmen, Enschede, Gorinchem, Gouda, Heerlen, Helmond, Hoogeveen, Hoorn, Leiden, Lelystad, Nijmegen, Oss, Roosendaal, Schiedam, Spijkenisse, Tilburg, Venlo, Weert, Winschoten en Zaandam.
Tip
Het Bureau voor Rechtshulp Nijmegen is gevestigd: St. Annastraat 23, 6524 EC Nijmegen, tel. 024-3828622, fax 024-3828629. Dit bureau organiseert ook zittingen in Tiel (uitsluitend na voorafgaande telefonische afspraak) op het adres Ambtmanstraat 12-14, 4001 MC Tiel.
Bij de gemeente Geldermalsen
Bij bezwaarschriften die op gemeentelijk niveau in behandeling moeten worden genomen, laten de gemeentelijke bestuursorganen zich adviseren door een onafhankelijke Commissie voor de behandeling van bezwaar- en beroepschriften. De leden van deze commissie zijn in het dagelijks leven niet in dienst van/werkzaam voor de gemeente en zijn door de gemeenteraad benoemd tot commissielid wegens hun deskundigheid op het gebied van gemeentelijke zaken en bestuursrecht.