- de beleidsnota archeologie (pdf-bestand)
- de bijbehorende archeologische kaart (pdf-bestand)
Bewoningsgeschiedenis
Volgens archeologen heeft Nederland een bewoningsgeschiedenis van ongeveer 250.000 jaar. Al die tijd lieten bewoners hun sporen na in het landschap. Het rivierengebied heeft sinds de Nieuwe Steentijd (5300-2000 voor Christus) een grote aantrekkingskracht uitgeoefend op de mens. Zij gingen op de hogere delen (oeverwallen en stroomruggen) wonen en legden daar de eerste akkers aan, hun vee lieten ze in de lagere natte kommen grazen.
Archeologisch onderzoek, bijvoorbeeld voor de Betuwelijn en de verbreding van de A2, leverde in de afgelopen jaren veel informatie op over Bronstijdnederzettingen (2000-800 voor Chr.), IJzertijdnederzettingen (800-12 voor Christus) en de Romeinse tijd.
Aan het oppervlak zijn in het landschap nog sporen zichtbaar:
- Woerden (terpen)
- Oude dijken
- Wegen en kanalen
Maar ook ondergronds zijn veel sporen:
- Botresten
- Paalsporen
- Sieraden
- Scherven e.d.
Vooral om deze sporen, ook wel het bodemarchief genoemd, te
beschermen is in Europees verband het Verdrag van Malta opgesteld.
Dit verdrag is in 2006 in de Tweede Kamer behandeld en wordt in
2007 in de eerste Kamer vastgesteld.